Naar jaarlijkse gewoonte bevraagt VKW Limburg de Limburgse gemeentebesturen naar de wijzigingen in hun gemeentebelastingen in het nieuwe jaar. Bij de start van 2026 treden de nieuwe meerjarenplannen in voege, waarbij heel wat gemeenten extra middelen gezocht hebben bij bedrijven. Een schrijnende verhoging van de lokale belastingdruk voor bedrijven is gezien de economische moeilijke situatie, een extra klap in het gezicht voor veel ondernemers.
Doorheen 2025 hebben de lokale besturen hun begrotingsoefening voor de jaren 2026-2031 gemaakt. Vanaf dit jaar zullen er minder middelen vanuit het Vlaamse Gemeentefonds doorstromen naar de lokale besturen, waardoor de boekhouding op veel plaatsen onder de loep genomen moest worden. Helaas ziet VKW dat er voornamelijk gekeken wordt naar nieuwe inkomsten en veel minder naar interne besparingen. En voor die extra inkomsten wordt vooral naar bedrijven gekeken.
Na de verkiezingen in 2024, voelde VKW bij de analyse begin 2025 al de stilte voor de belastingstorm. Een vrees die terecht bleek, want in 2026 gaan in heel wat gemeenten de bestaande bedrijfsbelastingen omhoog, komen er nieuwe bedrijfsbelastingen bij of worden oude reglementen vervangen door nieuwe belastingvormen met focus op de bedrijven in de gemeente.
We zien een steeds duidelijkere taxshift naar de opcentiemen op de onroerende voorheffing (OOV), een belasting die mede gelinkt is aan de oppervlakte van een perceel. De algemene personenbelasting (APB) - die een percentage aanslaat op het bedrag aan federale inkomstenbelasting dat een inwoner betaalt - wordt net zoals de voorbije jaren amper gewijzigd. Een aanpassing van de APB is namelijk feller voelbaar in de portefeuille van de kiezer. Iets wat lokale besturen klaarblijkelijk liefst vermijden.