In de mate dat de waarde van de aandelen van de familiale vennootschap residentieel vastgoed vertegenwoordigt, wordt die waarde uitgesloten van het Vlaamse gunstregime. Concreet betekent dit dat de waarde van dat uitgesloten gedeelte zal worden belast als volgt:
- In geval van een schenking: aan het normale tarief voor roerende goederen in de schenkbelasting (flat rate van 3% in rechte lijn of tussen partners en 7% aan alle anderen); of
- In geval van een overlijden: samen met het overig roerend vermogen van de erflater aan de gewone tarieven in de erfbelasting (progressieve tarieven tot 27% in rechte lijn of tussen partners en tot 55% tussen alle anderen).
In de FAQ wordt bevestigd dat eventuele openstaande schulden die betrekking hebben op het residentieel vastgoed niet in mindering mogen worden gebracht bij de berekening van de waarde van het residentieel vastgoed dat wordt uitgesloten van het Vlaamse gunstregime.

Koen Hendrix (VKW) en Thomas Verlinden (Deloitte) wijzen op de ingrijpende aanpassing aan het gunsttarief voor familiale vennootschappen
Uitzondering op de uitsluiting
Het decreet voorziet wel in een uitzondering op de uitsluiting van residentieel vastgoed. Daarin wordt bepaald dat indien cumulatief aan de volgende twee voorwaarden is voldaan, de waarde van de aandelen van de familiale vennootschap die de waarde van het residentieel vastgoed vertegenwoordigt toch kan worden overgedragen met vrijstelling van schenkbelasting of tegen het verlaagd tarief in de erfbelasting:
a) Omzetvoorwaarde
Het residentieel vastgoed genereert minstens 75% van de omzet van de vennootschap.
Intussen wordt in de FAQ bevestigd dat de berekening van de omzetvoorwaarde van 75% ten opzichte van de totaalomzet per vennootschap afzonderlijk moet worden berekend. Er wordt geen uitzondering voorzien voor vennootschappen die deze drempel niet halen omwille van diversificatie van activiteiten (bijv. combinatie commercieel vastgoed met residentieel vastgoed, combinatie residentieel vastgoed met andere activiteiten…).
Noch uit het decreet noch uit de FAQ blijkt duidelijk op basis van welke cijfers de omzetvoorwaarde moet worden beoordeeld. Wellicht moet men zich daarvoor baseren op de cijfers van de laatst goedgekeurde jaarrekening van het boekjaar voorafgaand aan de schenking/het overlijden.
b) Tewerkstellingsvoorwaarde
De vennootschap telt gedurende de drie jaren voorafgaand aan de schenking/het overlijden én de drie jaren nadien ten minste 1 werknemer (uitgedrukt in voltijdse equivalenten). Gelet op de uitdrukkelijke woordkeuze voor ‘werknemer’, gaan wij ervan uit dat het moet gaan om personeel dat werkzaam is in loondienst en dat het onvoldoende is dat een persoon op zelfstandige basis zijn diensten levert voor de vennootschap en daarvoor facturen verstuurt.
In de FAQ wordt eveneens bevestigd dat ook de tewerkstellingsvoorwaarde per vennootschap afzonderlijk moet bekeken worden. Het volstaat dus niet dat het personeel gecentraliseerd is in één vennootschap en dat er binnen de groep doorfacturatie plaatsvindt.
Het feit dat de tewerkstellingsvoorwaarde gekoppeld is aan een periode van drie jaar voorafgaand aan de overdracht, kan tot gevolg hebben dat er mogelijks gedurende drie jaar niet van het gunsttarief genoten kan worden.
2. Invoering van een verplicht waarderingsverslag
Om de waarde vast te stellen van de aandelen van de familiale vennootschap en de waarde van het residentieel vastgoed dat is uitgesloten van het Vlaamse gunstregime, introduceert het decreet een verslag. Dit verslag dient verplicht opgemaakt te worden door een bedrijfsrevisor of een gecertificeerde accountant bij elke schenking of vererving van een familiale vennootschap met toepassing van het gunstregime, zelfs wanneer er geen residentieel vastgoed in de groep aanwezig is.
Conclusie
De Vlaamse decreetgever voert enkele ingrijpende wijzigingen door aan het gunstregime die ertoe leiden dat residentieel vastgoed in de vennootschap niet langer kan overgedragen worden onder het gunstregime tenzij de voorwaarden voor de uitzondering vervuld zijn. Deze voorwaarden houden geen rekening met de economische realiteit waarbij er vaak gediversifieerd wordt en overkoepelend personeel gecentraliseerd wordt in één vennootschap. Tot slot is er ook geen tijd om te anticiperen gelet op de tewerkstellingsvereiste. Vennootschapsgroepen die tot 31 december 2025 goed gestructureerd waren zijn dit mogelijks vanaf 1 januari 2026 niet langer.
Daarnaast is het ook belangrijk om te weten dat niet enkel schenkingen die zijn gedaan vanaf 1 januari 2026 onder deze nieuwe regelgeving vallen, maar ook schenkingen van vóór 1 januari 2026 waaraan een restschenking werd verbonden die actueel wordt (i.e. bij vooroverlijden van de bezwaarde) vanaf 1 januari 2026. Op het moment dat de restschenking uitwerking krijgt, moeten de voorwaarden voor de toepassing van het Vlaamse gunstregime namelijk opnieuw beoordeeld worden en zullen de nieuwe regels van toepassing zijn.
Men doet er dus goed aan om de huidige groepsstructuur op korte termijn te evalueren in het licht van deze gewijzigde wetgeving en eventueel te herstructureren met het oog op de continuïteit naar de volgende generatie.