wo 21 jan.

Aanpassing gunsttarief familiale vennootschappen

Voor veel ondernemers is het gunsttarief voor familiale vennootschappen in de schenk- en erfbelasting een belangrijk vangnet om de fiscale kostprijs van een overdracht aanvaardbaar te houden. Eind 2025 besliste de Vlaamse regering om enkele ingrijpende aanpassingen door te voeren. Zo zal residentieel vastgoed in de vennootschap niet langer kunnen worden overgedragen onder het gunstregime tenzij de voorwaarden voor de uitzondering vervuld zijn. Wat betekent dit voor uw familiale planning?

Zoals aangekondigd bij de regeringsvorming wilde de Vlaamse Regering de zogenaamde achterpoortjes van het Vlaamse gunstregime voor familiale vennootschappen sluiten. Naar aanleiding van de begrotingscontrole werden de voorgestelde wijzigingen op 18 december 2025 definitief goedgekeurd in het decreet bij de begroting van 2026. Deze wijzigingen zijn intussen ook in werking is getreden op 1 januari 2026. Begin dit jaar heeft de Vlaamse Belastingdienst een FAQ gepubliceerd met bijkomende toelichting en interpretatie van de nieuwe regelgeving. Desondanks blijven er diverse vragen en onduidelijkheden.

Hierna zullen we stilstaan bij de voorwaarden voor het gunsttarief en de belangrijkste wijzigingen die doorgevoerd werden.

Voorwaarden gunsttarief familiale vennootschappen

In de eerste plaats is er niets gewijzigd is aan de basisvoorwaarden waaraan moet voldaan zijn om te kunnen genieten van de vrijstelling in de schenkbelasting (0%) of het verlaagd tarief in de erfbelasting (3% in rechte lijn en tussen partners of 7% aan alle anderen), te weten:

1. Stemrechtvoorwaarde

De aandelen van de vennootschap (met zetel binnen de EER) die op het ogenblik van de schenking/het overlijden in volle eigendom toebehoren aan de schenker/erflater en zijn familie moeten ten minste 50% van de stemrechten in die vennootschap vertegenwoordigen.

Indien aan deze voorwaarde niet voldaan is kan de schenker/erflater alsnog in aanmerking komen indien hij/zij samen met familie minstens 30% van de stemrechten bezit en samen met 1 of 2 andere aandeelhouder(s) en hun familie minstens 70% respectievelijk 90% van de stemrechten.

2. Activiteitsvoorwaarde

De familiale vennootschap moet ofwel zelf actief zijn, d.w.z. een nijverheids-, handels-, ambachts-, landbouwactiviteit of vrij beroep uitoefenen (bijv. intragroepsdiensten) ofwel een participatie aanhouden van ten minste 30% in minstens 1 actieve dochtervennootschap (met zetel binnen de EER). In dit laatste geval blijft het gunsttarief beperkt tot de waarde van de actieve participaties.

Wanneer vaststaat dat de vennootschap zelf actief is of een participatie heeft in een actieve dochter, moest er in tweede instantie een zogenaamde ‘parametertest’ gedaan worden, op grond waarvan de familiale vennootschap (weerlegbaar) werd vermoed een gebrek aan economische activiteit te hebben indien uit minstens één van de drie laatst goedgekeurde (geconsolideerde) jaarrekeningen voorafgaand aan de schenking/het overlijden bleek dat volgende parameters cumulatief overschreden worden:

  • De waarde van de terreinen en gebouwen (balanspost 22) maken meer dan 50% uit van de totale activa (balanspost 20/58); en
  • De kosten van bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen (balanspost 62) maken een percentage uit dat gelijk is aan of lager is dan 1,50 % van de totale activa (balanspost 20/58).

In de praktijk bleek dat de parametertest niet langer het gewenste resultaat bereikte en uitgehold werd door de rechtspraak. De test werd daarom geschrapt. Bovenstaande parameters zullen dus niet langer moeten bekeken worden om te bepalen of een familiale vennootschap al dan niet een reële economische activiteit heeft. Het principe blijft wel dat enkel vennootschappen die effectief een activiteit uitoefenen, in aanmerking komen voor het gunstregime. Een vennootschap die geen reële economische activiteit uitoefent, blijft uitgesloten.

3. Continuïteitsvoorwaarde

Tot slot zijn er ook voorwaarden na de overdracht. Gedurende een periode van drie jaar na de schenking/het overlijden moet de familiale vennootschap aan de volgende voorwaarden blijven voldoen:

  • Een economische activiteit blijven uitoefenen (moet niet noodzakelijk dezelfde activiteit zijn als ten tijde van de schenking/het overlijden);
  • De jaarrekeningen blijven neerleggen;
  • De zetel van de vennootschap behouden binnen de EER;
  • Geen kapitaalverminderingen uitvoeren (NV) of uitkeringen doen die de verrichte inbrengen doen dalen tot onder het niveau van de verrichte inbrengen (BV).

Belangrijkste wijzigingen

Het decreet voert naast enkele verduidelijkingen en beperkte aanpassingen twee belangrijke wijzigingen door met (mogelijks) significante impact voor de schenkingen of vererving van aandelen van familiale vennootschappen:

1. Uitsluiting residentieel vastgoed

Het decreet sluit thans expliciet de waarde van het residentieel vastgoed uit voor de toepassing van het Vlaamse gunstregime. Dit leidt ertoe dat de vrijstelling van schenkbelasting of het verlaagd tarief in de erfbelasting niet langer toegepast kan worden op de overeenkomstige waarde van het residentieel vastgoed in de verkoopwaarde van de aandelen van familiale vennootschappen.

Met residentieel vastgoed worden onroerende goederen bedoeld die “hoofdzakelijk voor bewoning bestemd zijn of aangewend worden”, alsook bouwgronden. De deccreetgever maakt daarbij abstractie van hoe deze onroerende goederen in de praktijk aangewend worden.

Voormelde uitsluiting heeft zowel betrekking op het residentieel vastgoed dat de familiale vennootschap rechtstreeks aanhoudt als op het residentieel vastgoed dat wordt aangehouden door de vennootschappen waarin de familiale vennootschap een participatie van minstens 10% aanhoudt. In de FAQ wordt bevestigd dat niet enkel rechtstreekse participaties van minstens 10% in dochtervennootschappen, maar ook onrechtstreekse participaties van minstens 10% in kleindochtervennootschappen of nog verder onderliggende vennootschappen in de groep van het Vlaamse gunstregime worden uitgesloten.

In de mate dat de waarde van de aandelen van de familiale vennootschap residentieel vastgoed vertegenwoordigt, wordt die waarde uitgesloten van het Vlaamse gunstregime. Concreet betekent dit dat de waarde van dat uitgesloten gedeelte zal worden belast als volgt:

  • In geval van een schenking: aan het normale tarief voor roerende goederen in de schenkbelasting (flat rate van 3% in rechte lijn of tussen partners en 7% aan alle anderen); of
  • In geval van een overlijden: samen met het overig roerend vermogen van de erflater aan de gewone tarieven in de erfbelasting (progressieve tarieven tot 27% in rechte lijn of tussen partners en tot 55% tussen alle anderen).

In de FAQ wordt bevestigd dat eventuele openstaande schulden die betrekking hebben op het residentieel vastgoed niet in mindering mogen worden gebracht bij de berekening van de waarde van het residentieel vastgoed dat wordt uitgesloten van het Vlaamse gunstregime.

Koen Hendrix (VKW) en Thomas Verlinden (Deloitte) wijzen op de ingrijpende aanpassing aan het gunsttarief voor familiale vennootschappen

Uitzondering op de uitsluiting

Het decreet voorziet wel in een uitzondering op de uitsluiting van residentieel vastgoed. Daarin wordt bepaald dat indien cumulatief aan de volgende twee voorwaarden is voldaan, de waarde van de aandelen van de familiale vennootschap die de waarde van het residentieel vastgoed vertegenwoordigt toch kan worden overgedragen met vrijstelling van schenkbelasting of tegen het verlaagd tarief in de erfbelasting:

a) Omzetvoorwaarde

Het residentieel vastgoed genereert minstens 75% van de omzet van de vennootschap.

Intussen wordt in de FAQ bevestigd dat de berekening van de omzetvoorwaarde van 75% ten opzichte van de totaalomzet per vennootschap afzonderlijk moet worden berekend. Er wordt geen uitzondering voorzien voor vennootschappen die deze drempel niet halen omwille van diversificatie van activiteiten (bijv. combinatie commercieel vastgoed met residentieel vastgoed, combinatie residentieel vastgoed met andere activiteiten…).

Noch uit het decreet noch uit de FAQ blijkt duidelijk op basis van welke cijfers de omzetvoorwaarde moet worden beoordeeld. Wellicht moet men zich daarvoor baseren op de cijfers van de laatst goedgekeurde jaarrekening van het boekjaar voorafgaand aan de schenking/het overlijden.

b) Tewerkstellingsvoorwaarde

De vennootschap telt gedurende de drie jaren voorafgaand aan de schenking/het overlijden én de drie jaren nadien ten minste 1 werknemer (uitgedrukt in voltijdse equivalenten). Gelet op de uitdrukkelijke woordkeuze voor ‘werknemer’, gaan wij ervan uit dat het moet gaan om personeel dat werkzaam is in loondienst en dat het onvoldoende is dat een persoon op zelfstandige basis zijn diensten levert voor de vennootschap en daarvoor facturen verstuurt.

In de FAQ wordt eveneens bevestigd dat ook de tewerkstellingsvoorwaarde per vennootschap afzonderlijk moet bekeken worden. Het volstaat dus niet dat het personeel gecentraliseerd is in één vennootschap en dat er binnen de groep doorfacturatie plaatsvindt.

Het feit dat de tewerkstellingsvoorwaarde gekoppeld is aan een periode van drie jaar voorafgaand aan de overdracht, kan tot gevolg hebben dat er mogelijks gedurende drie jaar niet van het gunsttarief genoten kan worden.

2. Invoering van een verplicht waarderingsverslag

Om de waarde vast te stellen van de aandelen van de familiale vennootschap en de waarde van het residentieel vastgoed dat is uitgesloten van het Vlaamse gunstregime, introduceert het decreet een verslag. Dit verslag dient verplicht opgemaakt te worden door een bedrijfsrevisor of een gecertificeerde accountant bij elke schenking of vererving van een familiale vennootschap met toepassing van het gunstregime, zelfs wanneer er geen residentieel vastgoed in de groep aanwezig is.

Conclusie

De Vlaamse decreetgever voert enkele ingrijpende wijzigingen door aan het gunstregime die ertoe leiden dat residentieel vastgoed in de vennootschap niet langer kan overgedragen worden onder het gunstregime tenzij de voorwaarden voor de uitzondering vervuld zijn. Deze voorwaarden houden geen rekening met de economische realiteit waarbij er vaak gediversifieerd wordt en overkoepelend personeel gecentraliseerd wordt in één vennootschap. Tot slot is er ook geen tijd om te anticiperen gelet op de tewerkstellingsvereiste. Vennootschapsgroepen die tot 31 december 2025 goed gestructureerd waren zijn dit mogelijks vanaf 1 januari 2026 niet langer.

Daarnaast is het ook belangrijk om te weten dat niet enkel schenkingen die zijn gedaan vanaf 1 januari 2026 onder deze nieuwe regelgeving vallen, maar ook schenkingen van vóór 1 januari 2026 waaraan een restschenking werd verbonden die actueel wordt (i.e. bij vooroverlijden van de bezwaarde) vanaf 1 januari 2026. Op het moment dat de restschenking uitwerking krijgt, moeten de voorwaarden voor de toepassing van het Vlaamse gunstregime namelijk opnieuw beoordeeld worden en zullen de nieuwe regels van toepassing zijn.

Men doet er dus goed aan om de huidige groepsstructuur op korte termijn te evalueren in het licht van deze gewijzigde wetgeving en eventueel te herstructureren met het oog op de continuïteit naar de volgende generatie.