20180525 PB Zware beroepen afb. website

Stop 'zware beroepen'- onzin

vrijdag 25 mei 2018

VKW LIMBURG ROEPT OP OM DE 'ZWARE BEROEPEN'-ONZIN TE STOPPEN
Langer werken voor iedereen, zonder uitzonderingen.

De discussie rond de bepaling van de ‘zware beroepen’ wordt meer en meer een klucht. Een discussie die de voorbije dagen weer volop de kop opstak naar aanleiding van het ‘akkoord’ tussen minister van Pensioenen Bacquelaine en de vakbonden om meer dan de helft van het overheidspersoneel op de ‘zware beroepen’-lijst te zetten.

VKW Limburg roept op om heel deze discussie te stoppen en op te houden om uitzonderingen te proberen toe te kennen op de realiteit dat iedereen langer zal moeten werken, willen we onze welvaartstaat en de zo geroemde sociale zekerheid overeind houden. De toeslaande vergrijzing valt niet te ontkennen, de jaar na jaar toenemende zware kostprijs daarvan evenmin. Het regeringsbeleid voorziet in een aantal – schuchtere – stappen om hieraan een oplossing te bieden. Zoals de geleidelijke optrekking van de pensioenleeftijd en de uitdoving van de grote historische vergissing van het brugpensioen. Met de hele ‘zware beroepen’-discussie dreigen we die historische vergissing te herhalen.

Marc Meylaers, voorzitter VKW Limburg: “Blijkbaar blijven we de kwalijke neiging hebben steeds maar weer onze eigen welvaartsfactuur naar de toekomstige generaties door te schuiven. Door nu tal van uitzonderingen te gaan toekennen – laat staan voor meer dan de helft van het overheidspersoneel – worden die dringende hervormingen van ons pensioenstelsel meer dan uitgehold. Laten we de moed hebben om duidelijke taal te spreken: iedereen moet in het bad: langer werken zonder uitzonderingen. Het zou de regering sieren een duidelijk einde te maken aan heel deze non-discussie, die alleen maar kan leiden tot meer discriminatie tussen generaties en beroepsgroepen.”

Ongetwijfeld zijn sommige beroepen ‘zwaarder’ dan andere. Maar elk beroep heeft zijn voor-en nadelen. Wat voor de één zware last is, is voor de andere pure passie. Een dergelijk subjectief iets volgens ‘objectieve’ criteria willen vastleggen voor hele beroepsgroepen is van de pot gerukt. De individuele component is zo groot dat het altijd appelen met peren vergelijken zal blijven. Een discussie zonder einde dus, waar je nooit uit zal geraken zonder almaar meer gevoelens van onrechtvaardigheid en discriminatie te creëren.

Stop daar gewoon mee! Tenslotte is er hier vrije beroepskeuze en staat het iedereen vrij zijn loopbaan een andere wending te geven op elk moment dat zij of hij dit noodzakelijk acht. Bovendien besteden onze werkgevers steeds meer aandacht aan de werkbaarheid en werkomstandigheden van ervaren werknemers. Dit vereist uiteraard de nodige flexibiliteit van zowel werkgever als werknemers. En voor wie het écht niet meer lukt, kunnen er nog altijd individuele, maar medisch afgetoetste uitzonderingen worden bepaald.

Het aanspraak maken van de helft van de ambtenaren op een zogenaamd zwaar beroep om de eigen bestaande, maar onverantwoord zware priviléges te vrijwaren, is in feite een belediging voor al die hardwerkende werknemers in de privésector, die per slot van rekening de lonen en pensioenen van de ambtenaren moeten verdienen. De belastingbetaler betaalt wel… Door nu al een ‘akkoord’ voor de overheidssector te bepalen, probeert men bovendien druk te zetten om ook in de privésector tot een zo lang mogelijke lijst van ‘zware beroepen’ te komen.

Dit zou evenwel opnieuw een concurrentieel nadeel vormen voor onze bedrijven. Niet alleen op vlak van kosten (net nu de grote loonhandicap met onze buurlanden enigszins ingeperkt is), maar ook qua verlies van al die ervaring, zeker in tijden van arbeidskrapte. Wat trouwens met de vele bestaande premies die voor zware werkomstandigheden (hoogte, weer, stand-by, ‘gevaarlijk’...) en hard werk alom worden toegepast? Zullen die dan komen te vervallen wanneer een eventuele vroegere pensionering dat al zou compenseren?

Het is niet opportuun om over uitzonderingen te spreken op een moment dat er net veel méér mensen aan het werk moeten en het opkrikken van onze lage werkzaamheidsgraad van nauwelijks 68% dé prioriteit nummer 1 zou moeten zijn. Zullen we afspreken dat we eerst die werkzaamheidsgraad op het niveau van onze buurlanden krijgen, alvorens we weer over eventuele uitzonderingen gaan praten?