> Terug naar overzicht
Industriegroep Hasselt en Vereniging Industriƫlen Genk pleiten voor sterke stadsregio
Reflectienota Prof. Georges Allaert (UGent) schuift vijf krachtlijnen naar voor.
De Industriegroep Hasselt (IGH) en de Vereniging Industriëlen Genk (VIG) namen, nu meer dan 10 jaar, geleden het initiatief om de kracht te laten onderzoeken van een ’stadsgewest‘ Hasselt-Genk als een concentratiegebied van werkgelegenheid, toegevoegde waarde en economisch-technologische dynamiek. Hiervoor werd beroep gedaan op Prof. Georges Allaert van de Universiteit Gent. Met de resultaten reikten de twee lokale ondernemingsclubs vanuit het bedrijfsleven een concrete visie aan voor een geïntegreerd ruimtelijk management in het stadsgewest Hasselt-Genk.
De conclusies van toen blijken vandaag meer dan ooit actueel. Meer zelfs, de neuzen staan vandaag steeds meer in dezelfde richting en de huidige context vormt meer dan ooit een voedingsbodem om de diverse voorstellen van projecten van toen een ware kans op slagen te geven. De besturen van VIG en IGH wilden deze waardevolle ideeën dan ook terug onder de aandacht brengen en evalueren op hun actualiteitswaarde. Prof. Allaert werd bereid gevonden om een nieuwe reflectienota te schrijven. Op basis van een aantal discussiegroepen werden de adviezen van toen gekoppeld aan de actualiteit en getoetst aan nieuwe visies en inzichten.
Het resultaat is een nota met een voorstel van vijf strategische krachtlijnen die VIG en IGH vandaag graag aan de diverse actoren overmaken, met de bedoeling het beeld van Hasselt en Genk als ’stadsregio‘ te versterken en zowel economisch (welvaart) als maatschappelijk (welzijn) op een hoger niveau te brengen.
De 5 strategische projecten zijn:
1. Een ’Faculteit voor Ondernemend Limburg‘ (FOL): deze kan gezien worden als katalysator om de verschillende research-campussen verder te laten samenwerken rond innovatief-industriële projecten (industriële spin offs). Als de stadsregio verder wil groeien op eigen kracht (vanuit de eigen sterkten) dan moeten we ons verder richten op de sterkten (ook KMO-georiënteerd) van de Limburgse industrie en Limburgs ondernemerschap. Een FOL moet daarbij trachten de innovaties op de huidige en toekomstige wetenschapsparken en research-parken (Waterschei, Hasselt,…) te stroomlijnen.
2. Een stimulerend publiek/privaat ruimtelijk management. Ruimtelijk management richt zich op het kwaliteitsvol inrichten van ruimten waarbij budgettering en kosten-baten - maatschappelijk en economisch – in een business plan wordt voorgesteld en waarbij zowel publieke als private partijen zich akkoord verklaren om ervoor te gaan inzake uitvoering (commitment). Het lijkt van groot belang om op vlak van ruimtelijk management samen een aantal pilootprojecten uit te werken op het terrein.
3. Samenbundeling van krachten over cruciale stadsregionale projecten. We stellen een versnippering vast van het landschap inzake kennis- en onderzoeksinstellingen, innovatie, logistiek, regionale promotie. De versnippering leidt tot interne competities rond de uitvoering van mogelijke projecten. Hierdoor zien we ook een versnippering van de financiële middelen. Ook de reeds eerder gehouden pleidooien om Hasselt-Genk te plaatsen in een breder Euregionaal perspectief lijden aan dezelfde ziekte van vele gespreide initiatieven. Samenbundeling van krachten rond een beperkt aantal (een top 10) van cruciale modern-industriële stadsregionale projecten moet voorwerp van inzet zijn van de stadsgemeenschap Hasselt-Genk-Zonhoven-Diepenbeek. Hierbij kan worden gedacht aan de installatie van een Raad van de Stadsregio Hasselt-Genk om deze top 10 vorm te geven.
4. Een hoogwaardige infrastructuur die inspeelt op kwaliteit en beheersbaarheid van mobiliteit. Hoogwaardige infrastructuur is infrastructuur die beantwoordt aan volgende criteria:
· Snel en nieuw inzake vervoerstechniek
· Bediening van alle traffic builders in de stadsregio
· Beantwoordend aan de Europese visie inzake ’co-modaliteit‘
· Energievriendelijk
· Sterk communicatief (via nieuwe ICT-technologie)
· Hiërarchisch met overslag/transferia platforms (lokaal – regionaal – internationaal, deze laatste i.f.v. aansluiting op luchthavens en TGV).
5. Tenslotte moet er ook nagedacht worden over een wervende naam en een merk voor de stadsregio. Uit diverse buitenlandse voorbeelden inzake stadsregionale werking blijkt dit een interessant middel te zijn om de neuzen in dezelfde richting te krijgen. Dit moet vooraf het voorwerp uitmaken van een breed opgezette campagne die het best zou worden uitgewerkt bij de start van de Raad van de Stadregio Hasselt-Genk. In deze raad moeten zowel publieke als private actoren worden opgenomen. Het initiatief moet wel vanuit de stadsregio worden geïnitieerd.




